Zintuigen van de das
Met hun kleine oogjes kunnen dassen 's nachts relatief slecht zien, overdag redelijk.
Horen gaat al een stuk beter, hoewel ze hun oren niet kunnen richten, zoals boommarters, katten of vossen.
Maar gelukkig maakt hun formidabel reukvermogen een hoop goed.

Dassen leven dan ook voornamelijk in een wereld van geuren. Die geuren vertellen hen alles over hun soortgenoten, zijn eten en gevaar.
De ventilatiekokers, die de das in zijn burcht aanbrengt, dienen behalve voor de aanvoer van frisse lucht, ook voor informatie van buiten, nog lang voordat de das ’s avonds de burcht verlaat. Is de lucht veilig, dan loopt de das naar de uitgang. Op de drempel snuift hij nog eens aandachtig. Daarna tast hij, vaak zittend op de stortberg bij de ingang, de omgeving verder af. Zijn ogen komen daarbij ook van pas en de oren staan voordurend op scherp. Maar het belangrijkst blijft de neus. Ruikt hij iets verdachts, dan haast hij zich meteen weer naar binnen, soms struikelend over zijn eigen poten. Wanneer er tot twee dagen geleden een hond of een mens op de burcht is geweest, kan de das dat feilloos ruiken.

Dassen brengen zelf ook geuren aan met een muskklier onder de staart. Die klier produceert een sterke musk-achtige geurstof, die voor dassen zeer lang waarneembaar blijft. Overal waar de das gaat zitten laat hij een geurstempel achter. Tijdens zijn tochten smeert de das regelmatig musk op stenen, struiken of veelgebruikte paden.
In ongestoorde situaties kunnen verlaten dassenpaden (‘wissels’) zo na jaren van afwezigheid worden teruggevonden.
Dassen hebben een eigen privé-geurtje. Dassen bemusken elkaar binnen een familie voortdurend, zodat er een soort familiegeur ontstaat, waaraan ze elkaar meteen herkennen. Buitenstaanders worden aan hun geur dus onmiddellijk herkend.
Ook de grenzen van het territorium worden met geur aangegeven.
De drolletjes van de das worden automatisch voorzien van de musk geurstof door geurklieren in de anus. Langs de randen van hun territorium graven de dassen ondiepe gaten (ca tien centimter diep) waarin ze hun bemuskte uitwerpselen deponeren. Deze ‘mestputjes’ of ´latrines´ laten de dassen blijvend onbedekt en ze maken andere dassen duidelijk waar de grenzen van de territoria liggen. Die mestputjes vindt je vooral daar waar verschillende dassenterritoria aan elkaar grenzen.


verder lezen


Stichting Das&Boom | Rijksstraatweg 174 | 6573 DG Beek-Ubbergen | (024) 684 22 94 | www.dasenboom.nl