Ontwikkeling van de dassenpopulatie in Nederland; "dassenexplosie ??"

Dassenexplosie in Nederland ??

mei 2014

Alweer een 'dassenexplosie'? Hoe zit dat nu met de dassenpopulatie in Nederland?

In maart dit jaar verscheen in de media een opmerkelijk artikel in 'Nieuwe Oogst' , het vakblad van de LTO voor boeren, over een verwachte 'dassenexplosie in Noord Nederland'.
De tweede explosie alweer in korte tijd. Eind 2012 berichtte de Nieuwe Oogst ook al over een 'dassenexplosie' , toen in Z.O. Friesland.

Hoe gaat het met de das in Friesland?
Nadat in 1958 de laatste Friese das in Bakkeveen werd gedood, herstelt de dassenpopulatie zich daar langzaamaan dankzij herintroducties eind vorige eeuw.
Bij een recente inventarisatie in Friesland (2009) werden 144 bewoonde burchten aangetroffen en was er sprake van een lichte toename ten opzichte van de gegevens van 2005 (Provincie Fryslân e.a., Inventarisatie dassenburchten in Fryslân 2009, Leeuwarden).
De dassenpopulatie in Friesland heeft er ca 30 jaar over gedaan om zich enigszins te herstellen.
Er is geen sprake van een sterke stijging, zoals het LTO beweerd.
Dat constateert ook de Zoogdiervereniging, die onlangs naar buiten kwam met een rapport over dassenschade en preventie, gemaakt in opdracht van het Faunafonds. Die constateert, dat de ruimte in Gaasterland voor uitbreiding van de populatie dassen beperkt is. Er is zelfs sprake van een afname sinds 2010, maar dat wijdt men aan het gebrek aan waarnemingen.

.. en in de rest van Nederland?
De Zoogdiervereniging heeft In het kader van die opdracht een modelstudie verricht naar potentieel geschikt leefgebied voor de das in Nederland. In het rapport wordt duidelijk gemaakt dat het erg moeilijk is uitspraken te doen over populatieontwikkelingen, onder meer omdat de gebruikte gegevens vaak onvolledig en onbetrouwbaar zijn.
Het rapport constateert dat er in Gelderland, Overijssel en Drenthe 'nog veel ruimte is voor een uitbreiding van de dassenpopulatie'. In andere delen van het land is het potentiële leefgebied volledig bezet en 'zou er een toename van de dichtheid kunnen optreden'.
In theorie zou de dassenpopulatie dus nog kunnen toenemen in het noorden van het land.
Dat is goed nieuws, zou je zeggen, maar niet voor het LTO.
Die interpreteert de conclusie op een geheel eigen wijze en waarschuwt onlangs voor een 'dassenexplosie' in het Noorden van het land.
Dit artikel in Nieuwe Oogst is voor mevr. Lodders, Kamerlid voor de VVD en woordvoerder natuurbeleid, aanleiding om meteen Kamervragen te stellen. "Of het niet de hoogste tijd wordt de beschermde status van de das op te heffen, nu het met de schade die al die dassen veroorzaken dezelfde kant op dreigt te gaan als de schade door ganzen?"

Gelukkig maakt het ministerie in haar antwoord korte metten met dit soort absurde aantijgingen.
Zij beschouwen de dassenpopulatie in Nederland als "gezond maar ook als zeer kwetsbaar en de schade die veroorzaakt wordt door miljoenen ganzen valt in het niet bij de schade die veroorzaakt wordt door 5000 dassen".

Ook Das&Boom vindt de dassenpopulatie momenteel gezond, er leven er naar schatting weer een kleine 6000 dassen in ons land. De populatie is echter wel degelijk kwetsbaar.
Dassen zijn afhankelijk van kleinschalige agrarische landschappen. Dit soort gebieden verdwijnen nog steeds ten gunste van de aanleg van nieuwe wegen, stadsuitbreiding enz.
Ook heeft de dassenpopulatie veel te lijden door alle verkeersslachtoffers; niet alleen oude of zieke, maar ook kerngezonde dieren worden gedood. De dassenpopulatie heeft hierdoor een onnatuurlijke opbouw en is voortdurend instabiel. Dassen komen regelmatig plotseling zonder partner te zitten; sommige dassen maken dat zelfs meerdere malen in hun leven mee. Langdurige relaties, stabiele familieverbanden en permanente huisvesting zijn dan onmogelijk.
Er sneuvelen in Nederland, ondanks alle rasters en dassentunnels, naar schatting jaarlijks 1000 dassen in het verkeer.
Bovendien is de das erg gevoelig voor verstoring door de mens.
Daarom vormt het ondermijnen van het noodzakelijk draagvlak voor de bescherming van dassen, zoals onlangs door het LTO met hun verhalen over een 'dassenexplosie', een reële bedreiging voor de dassenpopulatie.
Dat is nu al meerbaar in de toename van het aantal opzettelijke burchtverstoringen.


Herstel van de dassenpopulatie
(even terug in de tijd)
In 1954 werd de das een beschermde soort. Wanneer er 'schade' werd ondervonden door de das, werd daarvoor echter makkelijk een ontheffing gegeven. Iedereen vroeg toen die ontheffing aan.
De populatie ging zo hard achteruit dat zelfs jagers vonden, dat ze er mee moesten stoppen. "Straks is er geen das meer over, dat moeten we niet willen'.
Rond 1980 was de dassenpopulatie in ons land totaal versnipperd en uitgedund. Van de 20.000 dieren die in 1900 in ons land leefden waren er nog maar 1200 over.
Na aanleiding van die dramatisch lage dassenstand rond 1980 en na aandringen van Das&Boom heeft minister Brax begin jaren '80 het 'Landelijk Beheersoverleg Dassen' ingesteld.
Uitgenodigd werden het ministerie van LNV, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, VNG, het RIN (nu Alterra), het Landbouwschap, de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, het Jachtfonds, Natuurmonumenten, de Rijksplanologische dienst, de Zoogdiervereniging en Das&Boom.
Binnen deze breed samengestelde organisatie kwamen alle tegenstrijdige belangen aan bod, wat resulterende in een even breed gedragen Dassenbeleidsplan. Deze Nota werd in 1985 door alle Kamerfracties goedgekeurd.
Hierin werd in een tijdspad van drie periodes van vijf jaar afgesproken dat allereerst de achteruitgang zou moeten stoppen. Daarna zou door herintroducties en betere bescherming van leefgebieden de populatie zich moeten herstellen. De derde periode (1995- 2000) voorzag in het aaneengroeiing van afzonderlijke dassenpopulaties tot een levensvatbare en gezonde verspreiding. Als die beleidsdoelstellingen zouden worden gehaald, zou Nederland in het jaar2000 ca 5000 dassen kunnen tellen.
In 1992 kwam de eerste 'Evaluatienotitie Dassenbeleid' uit, waarin werd geconstateerd, dat het nieuwe dassenbeleid vruchten begon af te werpen, de juiste weg was ingeslagen en het huidige beleid intensief zou worden voortgezet.
Inmiddels zijn we ruim 20 jaar verder. In de tussentijd is de overheid het beschermingsplan kwijtgeraakt (letterlijk) en had Das&Boom haar handen vol om het ministerie en de provincies te wijzen op het naleven van de gemaakte afspraken.

Er is door de overheid en veel organisaties hard gewerkt en er is veel geld geïnvesteerd om de dassenpopulatie op het huidige niveau te krijgen.
Het kan toch niet zo zijn dat dit alles op losse schroeven komt te staan en zelfs de beschermde status ter discussie wordt gesteld, enkel door eenzijdige, demagogische en onjuiste informatie, die door een belangenorganisatie als de LTO wordt verspreidt.

Stichting Das&Boom | Rijksstraatweg 174 | 6573 DG Beek-Ubbergen | (024) 684 22 94 | www.dasenboom.nl