Das&Boom Das&Boom KIDS!
Voedsel van de das
Dassen zijn alleseters, anders dan zijn zeer krachtige kaken zouden doen vermoeden. Want daarin lijkt hij op wolven of beren, die hun prooi met grote kracht en vasthoudendheid moeten overmeesteren. Voor zijn hoofdvoedsel, regenwormen, insecten, slakken, bessen en graan, lijkt die geweldige bijtkracht tamelijk overdreven.
Het vermoeden bestaat dan ook, dat dassen zich ooit, net als zijn Noord Amerikaanse broer en net als de veelvraat, toelegde op het volgen van grote roofdieren. Dassen wachtten toen rustig af, totdat deze een prooi van formaat gedood hadden, om vervolgens in actie te komen.

De das is een opportunist en past zich aan aan het aanbod, dat per seizoen en streek varieert. Zo bestaat in september en oktober een groot deel van het dagelijks menu uit mais en valfruit. Ook in die periode eten ze veel insectenlarven, die dan vlak onder het mailveld leven. Vooral in de wintermaanden, wanneer het niet vriest, bestaat het grootste deel van zijn voedsel uit regenwormen.

In de winterperiode is het voedselaanbod minimaal, zeker tijdens vorstperiodes. Dassen blijven dan soms dagen lang in hun hol en teren op vetreserves die ze in het najaar hebben opgebouwd.
De belangrijkste voedselbron van dassen zijn regenwormen, die als ‘stapelvoedsel’ kunnen worden aangemerkt. Die regenwormen vinden zij het meest in vochtige, kort begraasde en bemeste weilanden. Wormen komen ’s nachts aan de oppervlakte. Dassen verlammen de wormen, die met hun gespierde achterlijf nog in de aarde steken, met een gerichte beet van hun hoektanden en slurpen ze dan als spaghetti naar binnen. In hoger gras verraadt de das zijn komst door de grassprieten die hij plat trapt. De wormen duiken dan tijdig onder. Een begraasde weide biedt ook koeienvlaaien. Droge vlaaien keert de das behendig om en ontdoet ze van insectenlarven en kevers.

In een ideaal dassenleefgebied kan de das het hele jaar door op korte afstand van zijn burcht zijn kostje bij elkaar scharrelen. Zeker voor een zogend vrouwtje is dit van groot belang, omdat ze regelmatig naar de burcht terug moet keren om de jongen te voeden.

Een kaal landschap, waarin de das grote afstanden moet afleggen om voldoende voedsel te vinden, is dus bepaald niet ideaal. Wanneer het verzamelen van voedsel meer energie kost dan het oplevert, zal de das het voor gezien houden.

Dassen zijn nachtdieren, pas tegen de avondschemering komen ze tevoorschijn. Het tijdstip is mede afhankelijk van de locatie van de burcht. Op ongestoorde plaatsen komen dassen vroeger tevoorschijn.
Hun gezichtsvermogen is niet bepaald ideaal voor hun nachtelijk bestaan. Vooral ’s nachts zien ze slecht met hun kleine oogjes. Maar ruiken kunnen ze des te beter.
Na hun nachtelijke voedseltochten keren ze tegen de schemering terug in hun burcht.

Dassen worden weliswaar tot de nachtdieren gerekend, maar van origine zijn ze vermoedelijk dagdieren. Waarschijnlijk zijn ze door hardnekkige vervolging en voortdurende verontrusting gedwongen tot een nachtelijke leefwijze. Maar ook de dominante landbouwcultuur, die zich zo’n 7000 jaar geleden over Europa begon te verspreiden, dwong de das zijn leefwijze aan te passen. In die tijd zal zijn voedsel veranderd zijn. Regenwormen namen in bemeste weilanden hand over hand toe en er werd graan en fruit verbouwd. Voor regenwormen moet je echt ’s nachts op pad, als vocht of regen deze dieren naar de oppervlakte brengen.



lees verder
















Het menu van de das bestaat uit
(in volgorde van belangrijkheid):

* regenwormen
* larven van insecten, zoals engerlingen en emelten
* maïs en andere graansoorten
* kevers
* appels, peren, pruimen, kersen en ander valfruit
* muizen, mollen, egels en konijntjes
* amfibiën
* slakken
* eikels en tamme kastanjes
* vogels en eieren
* aardbeien, bramen, vlier- en meidoornbessen








Hieronder kun je zien hoe een das heel voorzichtig regenwormen uit de grond trekt



Copyright: Frederik Thoelen www.wild-things.be

REALISATIE: SITEWISE WEBMEDIA